De Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) heeft het voor veel opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) ingewikkeld gemaakt om de juiste balans te vinden tussen de werkrelatie en de fiscale wetgeving. De wet beoogt de schijnzelfstandigheid tegen te gaan en probeert te bereiken dat de arbeidsrelaties tussen opdrachtgevers en zelfstandigen transparant en duidelijk zijn. Belangrijk bij de Wet DBA: zorg voor duidelijkheid.
Volgens de Kamer van Koophandel waren er op 28 februari 2025 1.770.355 zzp’er ingeschreven in Nederland. Het overgrote deel daarvan verwierf door middel van de werkzaamheden als zzp’er het grootste deel van zijn of haar inkomen. Zzp’ers voeren een eenmanszaak en werken meestal voor verschillende opdrachtgevers.
Wet DBA
Vanaf 2005 tot en met 30 april 2016 konden opdrachtnemers (zzp’ers) bij de Belastingdienst een zogeheten Verklaring Arbeidsrelatie (VAR-verklaring) aanvragen. Bij het sluiten van de overeenkomsten met hun opdrachtgevers bood toezending van die verklaring enige zekerheid voor de opdrachtgevers dat de Belastingdienst niet alsnog loonheffingen zou opleggen voor de in opdracht door de zzp’er verrichte werkzaamheden. Omdat dit systeem ook het risico van schijnzelfstandigheid met zich bracht, heeft de wetgever ter voorkoming daarvan per 1 mei 2016 de Wet DBA ingevoerd.
Zeer beknopt weergeven is het doel van de Wet DBA onder meer het voorkomen van schijnzelfstandigheid. Schijnzelfstandigheid houdt in dat dat er (meestal) door de opdrachtgever een constructie wordt bedacht. Iemand functioneert feitelijk als werknemer binnen de organisatie van de opdrachtgever, maar wordt als zzp’er ingeschakeld. Daardoor hoeft de opdrachtgever minder premies en belastingen af te dragen. Er is in dat geval in feite sprake van een zogeheten fictieve dienstbetrekking. De Wet DBA biedt de Belastingdienst de mogelijkheid handhavend op te treden en te voorkomen dat de juridische (contractuele) situatie afwijkt van de feitelijke werksituatie.
handhaving van de Wet DBA
Tot 1 januari 2025 gold een zogeheten handhavingsmoratorium. Dat hield in dat de Belastingdienst bij de vaststelling van schijnzelfstandigheid (tenzij sprake was een fictieve dienstbetrekking en evidente, opzettelijke schijnzelfstandigheid) aanwijzingen gaf om de (arbeids)relatie correct vorm te geven en de juridische situatie dus gelijk te trekken aan de feitelijke situatie. Met ingang van 1 januari 2025 geldt echter dat er geen aanwijzingen meer worden gegeven. De Belastingdienst kan bij vaststelling van schijnzelfstandigheid direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen. Het ziet er nu naar uit dat de Belastingdienst met ingang van 1 januari 2026 daarbij ook boetes zal gaan opleggen.
Uit het Handhavingsplan arbeidsrelaties van de Belastingdienst blijkt dat er 80 fte wordt ingezet om onderzoek te verrichten ter handhaving van de Wet DBA. Hoewel de kans op controle dus gering is, is voor zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers (zzp’ers) van groot belang hun werkrelatie juridisch en feitelijk op correcte wijze vorm te geven.
laat u adviseren
Als ondernemer is het belangrijk te begrijpen wat het effect is van de Wet DBA op uw contracten en samenwerkingen. Of u nu opdrachtgever of opdrachtnemer bent. Hoe dan ook geldt voor de Wet DBA: zorg voor duidelijkheid.
Het juridisch correct weergeven van de (werk)relatie en het feitelijk ook op die wijze gevolg geven aan die (werk)relatie verkleint het risico op naheffingen, eventuele boetes en eventuele arbeidsrechtelijke gevolgen. Ook als blijkt dat u, ter voorkoming van de strijdigheden met de Wet DBA niet langer kunt blijven werken met zzp’ers omdat dat niet past bij uw bedrijfsvoering, is het van belang de arbeidscontracten correct vorm te geven en in te kleden. Goed advies daarbij kan een hoop ellende achteraf voorkomen.
Laat u adviseren over uw rechten en plichten en aarzel niet contact op te nemen.