Terugwerkende kracht bij ontbinding van een arbeidsovereenkomst is niet mogelijk. Toch heeft het gerechtshof in een uitspraak een eerdere ontbindingsdatum vastgesteld dan de kantonrechter.

Dit is geschied op basis van de normale regels van het procesrecht, waarbij een fout kan worden hersteld, aldus de rechter in beroep.

Casus

De situatie is als volgt. De kantonrechter heeft in een procedure de arbeidsovereenkomst van een werknemer ontbonden per 1 juni 2018 omdat sprake was van verwijtbaar handelen van de werknemer. Omdat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen, heeft de kantonrechter bij het vaststellen van de einddatum rekening gehouden met de opzegtermijn en een transitievergoeding vastgesteld. De werkgever heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof. Het gerechtshof heeft geoordeeld dat wèl sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.

Nu het gerechtshof stelt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, behoeft geen rekening meer te worden gehouden met de opzegtermijn bij het vaststellen van de einddatum. Dit betekent dat het gerechtshof de einddatum heeft bepaald op in dit geval 1 april 2018 (twee maanden eerder).

Een ontbinding met terugwerkende kracht is echter niet mogelijk, althans volgens de bedoeling van de wetgever. In het algemeen leidt dit ertoe dat rechters in hoger beroep een einddatum niet wijzigen naar een eerdere datum.

Regels van procesrecht

In het geval sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, kan de rechter de einddatum van de arbeidsovereenkomst vaststellen zonder rekening te houden met de voor de desbetreffende werknemer geldende opzegtermijn. Volgens de rechter in hoger beroep voorziet de wet niet in een regeling voor de situatie dat de rechter in eerste aanleg (de kantonrechter) de einddatum van de arbeidsovereenkomst onjuist heeft vastgesteld. Voor het vaststellen van een einddatum in het verleden is geen wettelijke basis. Echter, onjuistheden in een beslissing van de kantonrechter mogen in hoger beroep worden hersteld. De regels van het normale civiele procesrecht zijn van toepassing, hetgeen betekent dat fouten in een uitspraak kunnen worden gecorrigeerd. Op grond hiervan heeft het gerechtshof zich bevoegd geacht de einddatum van de ontbonden arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht te wijzigen (zie de betreffende uitspraak van het Gerechtshof Den Haag).

Transitievergoeding

De uitspraak heeft ook gevolgen voor de vastgestelde transitievergoeding. De werknemer dient de ontvangen transitievergoeding terug te betalen.

In het geval ernstig verwijtbaar handelen is vastgesteld, komt de werknemer immers geen recht toe op de transitievergoeding. Een beroep van de werknemer op de redelijkheid en billijkheid is niet gehonoreerd. Er is sprake van onverschuldigde betaling omdat de transitievergoeding was gebaseerd op de wettelijke aanspraak op deze vergoeding, een aanspraak  die echter niet geldt als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van de werknemer.

Loonbetaling

Vervolgens heeft de rechter in hoger beroep geoordeeld over de loonbetaling. Als uitgangspunt geldt dat een werkgever het loon betaalt tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd. De overwegingen van het hof komen erop neer dat de werknemer geen werk heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor zijn rekening had behoren te komen.

Het ging hier om een werknemer die in strijd met de regels meerdere giften van in totaal een aanzienlijk bedrag heeft aangenomen. Dit is aldus de rechter niet als een relatief kleine misstap te beschouwen. De op zichzelf ernstige gevolgen van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst dienen voor risico van de werknemer te blijven in een dergelijke situatie.