In Nederland oefenen ouders van rechtswege het gezamenlijk gezag uit over de kinderen die tijdens het huwelijk worden geboren. Sinds 1998 is in het Burgerlijk Wetboek opgenomen dat het gezamenlijk gezag van ouders ook na echtscheiding voortduurt. Volgens de wetgever diende het uitoefenen van het gezamenlijk gezag ook na echtscheiding de norm te zijn. Maar wat als dit leidt tot een situatie waarin de kinderen klem of verloren dreigen te raken tussen beide ouders? Het criterium op grond waarvan het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, is het zogeheten klemcriterium.

Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van een ouder om zijn minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Voor een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening moeten ouders in staat zijn om gezamenlijk beslissingen te nemen die in het belang zijn van het kind. Denk hierbij aan beslissingen over de keuze voor een school, medische ingrepen of een vakantie naar het buitenland. Gezagsbeslissingen dienen te worden genomen op een wijze die niet belastend is voor het kind.

gezamenlijk gezag is het uitgangspunt

De Hoge Raad heeft bij beschikking van 27 maart 2020 wederom bevestigd dat als uitgangspunt geldt dat het in het belang is van een kind wanneer de ouders gezamenlijk het gezag over hem uitoefenen. De Hoge Raad verwacht van gescheiden ouders dat zij er ook na de echtscheiding alles aan doen om hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kinderen vorm te geven. Wanneer dit niet lukt, kan dit verstrekkende gevolgen hebben voor het kind. In het ergste geval kan een kind zelfs klem of verloren raken tussen beide ouders. In zo’n situatie kan het wenselijk zijn om een verzoek bij de rechtbank in te dienen tot beëindiging van het gezamenlijk gezag. Dit verzoek kan door een advocaat worden ingediend.

het klemcriterium

In het algemeen is de rechter terughoudend met het toewijzen van een verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt door de rechter een verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag toegewezen. Gezagsbeëindiging is een ingrijpende maatregel. De ouder die het gezag over het kind verliest, hoeft door de andere ouder niet meer te worden betrokken bij de belangrijke beslissingen over het kind en wordt hierdoor grotendeels buitenspel gezet.

Het criterium op grond waarvan het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, is het zogeheten klemcriterium. De rechter toetst dan of er sprake is van een onaanvaardbaar risico waarbij het kind klem of verloren zou raken tussen beide ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. Ook toetst de rechter of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Of van deze voorwaarden sprake is, hangt af van alle omstandigheden van het geval. De Hoge Raad overwoog in 1999 dat het enkel ontbreken van goede communicatie tussen ouders in ieder geval niet zonder meer met zich brengt dat het ouderlijk gezag aan één van de ouders moet worden toegekend:

(…)het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders, in het bijzonder in de periode waarin de echtscheiding en de daarmee verband houdende kwesties nog niet zijn afgewikkeld, niet zonder meer meebrengt dat in het belang van het kind het ouderlijk gezag aan een van de ouders moet worden toegekend.

Ook de situatie dat het kind zelf aangeeft dat hij wenst dat het gezag voortaan door één ouder wordt uitgeoefend leidt niet zonder meer tot beëindiging van het gezamenlijk gezag. Het Gerechtshof Den Bosch oordeelde in 2019 dat:

(…)het in beginsel niet aan kinderen is om te bepalen wie over hen de gezagsbeslissingen neemt en hoe deze tot stand komen.

enkele voorbeelden

Uit de rechtspraak blijkt dat voor het aannemen van het klemcriterium vaak veel gewicht wordt toegekend aan de situatie dat het kind wordt geconfronteerd met volwassenenproblematiek en/of een van de ouders de gezagsbeslissingen frustreert. Zo werd het gezag van de vader door het Gerechtshof Amsterdam in augustus 2017 beëindigd omdat de vader de te nemen gezagsbeslissingen frustreerde. De vader reageerde niet als de moeder hem om zijn toestemming vroeg. De moeder kwam hierdoor ieder jaar in de knel als zij met de kinderen op vakantie naar het buitenland wilde. Bovendien had het kind het syndroom van Asperger, waardoor het kind gebaat was bij zekerheid en structuur. De vader weigerde aan te geven hoe hij het structurele contact met het kind wilde gaan vormgeven. Door het nalatige gedrag van vader verkeerde het kind continu in onzekerheid. Het hof achtte dit schadelijk voor het kind en beëindigde het gezamenlijk gezag.

In een andere zaak beëindigde het Gerechtshof Amsterdam in juli 2022 het gezamenlijk gezag omdat de vader de gezagsbeslissingen frustreerde. De vader was slecht bereikbaar voor de moeder en verliet regelmatig het land, waarbij hij niet aangaf wanneer hij terug zou komen. De vader weigerde bovendien zijn toestemming te verlenen voor belangrijke beslissingen ten aanzien van de kinderen, waaronder een noodzakelijke logopediebehandeling en traumatherapie.

Een ander recent voorbeeld waarbij het hof oordeelde dat het gezamenlijk gezag moest worden beëindigd, betreft een beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van augustus 2022. In deze casus betrok de vader de kinderen in de strijd die de ouders met elkaar hadden. De vader diskwalificeerde de moeder in het bijzijn van de kinderen. De ouders hadden al diverse hulpverleningstrajecten doorlopen om hun onderlinge communicatie te verbeteren. Desondanks waren de ouders nog altijd niet in staat om constructief met elkaar te communiceren. Bovendien frustreerde de vader belangrijke beslissingen over de kinderen en wilde hij geen toestemming geven voor noodzakelijke hulpverlening.

Het voorgaande laat zien dat de drempel hoog is voor het aannemen van het klemcriterium. De rechter wijst een verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag slechts toe, indien hij ervan overtuigd is dat de situatie voor de kinderen niet langer houdbaar is. De rechter neemt hierbij alle omstandigheden van het geval in aanmerking. In de meeste gevallen geeft de rechter de Raad voor de Kinderbescherming de opdracht om onderzoek te doen zodat hij inzicht verkrijgt in de gezinssituatie. De Raad voor de Kinderbescherming brengt dan een adviesrapport uit. Dit advies is veelal leidend voor de rechter bij het nemen van een beslissing die in het belang van het kind is.

afsluiting

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen over gezagsbeëindiging of het klemcriterium? Voor meer informatie en juridische bijstand in gezagskwesties kunt u terecht bij één van onze familierechtadvocaten. U kunt te allen tijde vrijblijvend contact opnemen voor meer informatie en een kennismakingsgesprek.