Met ingang van 1 januari 2015 heeft de wetgever de nodige wijzigingen aangebracht op het gebied van fiscale kindregelingen door middel van de invoering van de Wet hervorming kindregelingen. Het aantal kindregelingen is daarmee teruggebracht van elf naar vier, hetgeen grote gevolgen kan hebben voor ouders.

De regelingen die zijn overgebleven, betreffen: de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de kinderopvangtoeslag. Een van de regelingen die is komen te vervallen, is de persoonsgebonden aftrek in de aangifte inkomstenbelasting voor kinderalimentatie. Nieuw is de alleenstaande ouderkop.

In dit artikel zal worden ingegaan op de gevolgen die het verdwijnen van de persoonsgebonden aftrek en de introductie van de alleenstaande ouderkop hebben op een verplichting tot het betalen van kinderalimentatie.

de situatie tot 1 januari 2015

Tot 1 januari 2015 was het zo dat een ouder die alimentatie voor zijn/haar kind (van maximaal achttien jaar oud) betaalde van tenminste EUR 139,00 per maand, fiscaal voordeel genoot. De te betalen kinderalimentatie kon worden opgevoerd in de aangifte inkomstenbelasting als persoonlijke aftrekpost. Het fiscaal voordeel dat de alimentatieplichtige ouder genoot, was, afhankelijk van de hoogte van het inkomen,  maximaal  EUR 603,00 per jaar. Voornoemd fiscaal voordeel vergrootte de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder, hetgeen ten goede diende te komen aan het kind. Bij de vaststelling van de hoogte van de kinderalimentatie werd dan ook rekening gehouden met het fiscaal voordeel dat door de ouder genoten werd.

de situatie met ingang van 1 januari 2015

Nu de persoonsgebonden aftrek voor kinderalimentatie met ingang van 1 januari 2015 vervallen is, kan hiermee bij de bepaling van nog vast te stellen kinderalimentatie dan ook geen rekening worden gehouden. Maar hoe zit het nu met bestaande verplichtingen ten opzichte van een kind, waarbij bij het vaststellen van de hoogte van het bedrag wel rekening is gehouden met het fiscaal voordeel? Terwijl de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder vermindert door het wegvallen van het voordeel, blijft de alimentatieverplichting in beginsel ongewijzigd. Of niet?

wijziging van omstandigheden ex  art. 1:401 BW

Bij de bepaling van het door de ouder verschuldigde bedrag aan kinderalimentatie gaat het om een confrontatie van behoefte (wat heeft het kind nodig) en draagkracht (wat kan de ouder betalen). Indien aldus een negatieve wijziging optreedt in de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder door het wegvallen van het fiscaal voordeel, zou het voor de hand liggen dat een wijziging plaatsvindt van de vastgestelde kinderalimentatie, voor zover bij de vaststelling rekening gehouden is met het bedrag aan fiscaal voordeel. Art. 1:401 BW bepaalt echter dat niet elke wijziging van omstandigheden ten opzichte van de situatie die er was ten tijde van het vaststellen van de kinderalimentatie een aanpassing van dat bedrag rechtvaardigt.

Een rechterlijke uitspraak of een overeenkomst betreffende levensonderhoud voor een kind kan op grond van art. 1:401 BW enkel worden gewijzigd, indien er nadien een wijziging is opgetreden die maakt dat de vastgestelde bijdrage niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Niet elke wijziging van omstandigheden is dus voldoende voor een wijziging van de kinderalimentatie. Is het vervallen van het fiscaal voordeel dit wel?

Recente geluiden vanuit de rechtbanken bevestigen dat het wegvallen van de persoonsgebonden aftrek voor kinderalimentatie een wijziging van omstandigheden kan opleveren, die een herberekening van een bestaande verplichting tot betaling van kinderalimentatie kan rechtvaardigen en aldus een wijziging van omstandigheden ex art. 1:401 BW kan opleveren.

Tegenover het vervallen van diverse kindregelingen, staat de verhoging van het kindgebonden budget door de introductie van de alleenstaande ouderkop. Door de verhoging van het kindgebonden budget met maximaal EUR 3.050,00 (voor 2015), wordt het gedeelte van de behoefte van een kind waarin ouders zelf moeten voorzien kleiner. Voornoemde verhoging kan er zelfs toe leiden dat volledig in de behoefte van een kind wordt voorzien en er aldus geen grond meer is voor de betaling van kinderalimentatie. Ook hier is er weer sprake van een wijziging van omstandigheden die een wijzigingsprocedure kan rechtvaardigen.

De wijzigingen in de kindregelingen die met ingang van 1 januari 2015 zijn doorgevoerd, kunnen aldus redenen zijn bestaande kinderalimentatieverplichtingen te laten herzien. Er zijn echter meer feitelijkheden die een wijzigingsgrond voor bestaande kinderalimentatieverplichtingen kunnen vormen. Hierbij valt onder meer te denken aan:

  • een vermindering van het inkomen van de alimentatieplichtige ouder;
  • een toename van het aantal kinderen waarvoor de alimentatieplichtige ouder onderhoudsplichtig is (bijvoorbeeld het ontstaan van een onderhoudsverplichting voor een stiefkind of het krijgen van een kind met een nieuwe partner);
  • de toelating tot de wettelijke schuldsanering conform de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).

Indien de rechter oordeelt dat daadwerkelijk sprake is van een rechtens relevante wijziging, wordt bij de herberekening van de alimentatie rekening gehouden met de actuele gegevens met betrekking tot de draagkracht.

conclusie

De afschaffing van persoonsgebonden aftrek voor kinderalimentatie leidt voor sommige  ouders tot een  vermindering van de draagkracht bij een gelijkblijvende kinderalimentatieverplichting. In dat geval kan een aanpassing van de alimentatie gewenst zijn. Ook andere wijzigingen aan de zijde van de alimentatieplichtige ouder kunnen maken dat de bestaande alimentatieverplichting gewijzigd wordt. Het is in alle gevallen van belang dat u zich goed laat adviseren.

Voor meer informatie of bijstand kunt u vrijblijvend contact opnemen met een van onze familierechtadvocaten.