Sinds 1 december 2020 is het verplicht een mondkapje te dragen in publieke binnenruimten. Deze verplichting geldt uiteraard ook voor personen die in een publieke binnenruimte werken. Werknemers die op een andere werkplek werken, zijn wettelijk niet verplicht een mondkapje te dragen. Mag een werkgever in die gevallen een mondkapjesplicht op het werk instellen?

De coronacrisis heeft al tot veel jurisprudentie geleid op het gebied van het arbeidsrecht. Inmiddels is ook een uitspraak gedaan die betrekking heeft op een door de werkgever ingestelde mondkapjesplicht. De vraag die centraal stond in deze uitspraak is of de werkgever de werknemer op non-actief mag stellen en de betaling van het loon mag opschorten indien de werknemer weigert de instructie van de werkgever op te volgen een mondkapje te dragen. De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 13 januari 2021 in een kort geding dat de werkgever dit mocht doen.

mondkapjesplicht op het werk

De werknemer werkt in deze zaak sinds 2014 als bezorger van een banketbakkerij. Hij brengt goederen rond tussen verschillende vestigingen, levert goederen af bij afnemers en haalt goederen op bij leveranciers. In oktober 2020 bericht de werkgever haar personeel dat een mondkapje op het werk vanaf dat moment verplicht is.

De werknemer weigert een mondkapje te dragen en wordt hier ook op aangesproken door de chef productie. Met een andere collega komt het zelfs tot een verbale escalatie. Op 29 oktober 2020 vindt een gesprek plaats tussen werkgever en werknemer over het dragen van het mondkapje. Tijdens dit gesprek wordt werknemer op non-actief gesteld en wordt de loondoorbetaling aan de werknemer opgeschort. De werknemer mag pas weer op het werk verschijnen indien hij schriftelijk verklaart dat hij tijdens zijn werkzaamheden volgens de gegeven instructie een mondkapje zal dragen en zal blijven dragen.

De werknemer is het hiermee niet eens en vordert in kort geding loonbetaling en wedertewerkstelling.

instructierecht van de werkgever

Volgens de kantonrechter heeft de werkgever op grond van artikel 7:660 Burgerlijk Wetboek een instructierecht. Dat houdt in dat de werknemer verplicht is zich te houden aan (redelijke) instructies van de werkgever omtrent het verrichten van de arbeid en voorschriften met betrekking tot de goede orde in de onderneming. Een instructie kan eenzijdig door de werkgever worden gegeven, waaraan werknemers zich in beginsel dienen te houden. Dit kan anders zijn indien het instructierecht inbreuk maakt op een grondrecht van de werknemer.

Overigens heeft een ondernemingsraad of personeelsvereniging instemmingsrecht, indien de werkgever een (langdurige) mondkapjesplicht wil invoeren. In deze zaak had de  werkgever geen ondernemingsraad of personeelsvereniging.

Volgens de werknemer maakt de mondkapjesplicht een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer. Het dragen van een mondkapje zou hinder, ongemak en gezondheidsrisico’s veroorzaken.

gezonde en veilige werkomgeving

Volgens de kantonrechter dient het dragen van een mondkapjesplicht twee legitieme doelen. Ten eerste is de werkgever wettelijk verplicht zorg te dragen voor een gezonde en veilige werkomgeving. De werkgever dient dus maatregelen te treffen die nodig zijn (voor zover dat binnen haar macht ligt) om besmetting met het coronavirus op de werkvloer te voorkomen. Ten tweede wil de werkgever haar bedrijfsbelang beschermen, omdat zij haar werknemers bij ziekte en quarantaine als gevolg van het coronavirus moet doorbetalen.

Hoewel over de effectiviteit van het gebruik van mondkapjes wordt getwist, is het gebruik van een mondkapje volgens de kantonrechter wel een maatschappelijk aanvaard middel. De kantonrechter houdt het er voorlopig voor dat het dragen van een mondkapje kan bijdragen aan de veiligheid en gezondheid. De werkgever mocht hier ook vanuit gaan bij het geven van de instructie.

Aangezien de werknemer 80 à 90% van zijn werktijd onderweg is en hij in zijn transportbus geen mondkapje hoeft te dragen, is de inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer volgens de kantonrechter zeer beperkt.

De kantonrechter komt tot het voorlopig oordeel dat de werkgever in redelijkheid een mondkapjesplicht op het werk heeft kunnen opleggen. De werknemer is gehouden deze instructie op te volgen. Aangezien werknemer niet bereid is de mondkapjesplicht alsnog op te volgen, is de werkgever bevoegd de loonbetaling van de werknemer op te schorten en hem de toegang tot het werk te ontzeggen zolang hij de instructie niet opvolgt.

ontslag wegens het niet dragen van een mondkapje?

Indien de werknemer blijft volharden geen mondkapje te dragen, zou de werkgever zelfs kunnen overgaan tot ontslag. In bovenstaande zaak heeft de werkgever in een andere procedure verzocht de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden. In die zaak is nog geen uitspraak gedaan.

Mocht u naar aanleiding van dit artikel vragen hebben of advies willen inwinnen, aarzel dan niet om vrijblijvend contact op te nemen met onze specialisten.