De Wet schuldsanering natuurlijke personen faciliteert voor particulieren die niet langer in staat zijn zelf hun schulden te voldoen een kans op een schuldenvrije nieuwe start. Na het met goed gevolg doorlopen van de regeling wordt aan de schuldenaar een ‘schone lei’ verleend. Tegenover dit veelomvattende recht op een schone lei staan echter wel de nodige verplichtingen. Wat dient er bijvoorbeeld met de koopwoning te gebeuren?

Door toelating tot en na het succesvol doorlopen van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (“Wsnp”) wordt aan de saniet (de schuldenaar die is toegelaten tot de Wsnp) op grond van artikel 358 Faillissementswet de schone lei verleend. Hierdoor zijn de schulden die onder de werking van de Wsnp vallen niet langer opeisbaar en rechtens afdwingbaar. Kortom, een schone lei is een veelomvattend recht. Dat hiertegenover ook de nodige verplichtingen staan, is dan ook niet onbegrijpelijk. Wat dient er bijvoorbeeld te gebeuren met een koopwoning die in het bezit is van de saniet?

wat dient er in de Wsnp met de koopwoning te gebeuren?

Na toelating tot de Wsnp ontstaat de situatie dat de saniet niet langer bevoegd is om zelf over zijn of haar vermogensbestanddelen te beschikken. De rechtbank zal bij het uitspreken van de Wsnp een bewindvoerder aanstellen die vanaf het moment van de toepassing van de Wsnp de boedel zal beheren. De bewindvoerder wordt bij het uitvoeren van zijn of haar taken gecontroleerd door de rechter-commissaris.

Bij het (onderhands) verkopen van een woning behoeft de bewindvoerder toestemming van de rechter-commissaris. Hierbij zal de rechter-commissaris eerst contact opnemen met de hypotheekhouder (doorgaans een bankinstelling) die het eerste recht heeft te beslissen of zij, door uitoefening van het aan het recht van hypotheek klevende recht van parate executie, de woning wenst te verkopen. Mocht de bank afzien van gebruikmaking van deze executiebevoegdheid, dan zal de rechter-commissaris dienen af te wegen of verkoop van de woning in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers. Kortom, komt verkoop de boedel ten goede?

belangenafweging

Hoewel verkoop van de woning doorgaans het uitgangspunt is in de Wsnp, zijn er omstandigheden denkbaar die ervoor zorgen dat verkoop niet in het belang is van de boedel. De saniet, die de woning wenst te behouden, dient die omstandigheden goed gemotiveerd te stellen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie waarin sprake is van een forse ‘onderwaarde’ (de restschuld aan de hypotheekhouder bedraagt meer dan de verkoopwaarde van de woning), waardoor verkoop zal leiden tot een hoge schuld, of dat de huurkosten van vervangende woonruimte, na verkoop van de woning, hoger zullen zijn dan de overwaarde die met de verkoop kan worden gerealiseerd. Ook zijn er omstandigheden denkbaar dat de koopwoning wordt verhuurd aan een derde en dat de huurinkomsten die daarmee worden gerealiseerd, na verkoop, niet meer aan de boedel ten goede zouden kunnen komen, waardoor de gezamenlijke schuldeisers eveneens zouden worden benadeeld.

Zoals blijkt uit het voorgaande loont het in sommige gevallen de moeite om verweer te voeren tegen een verzoek van de bewindvoerder om de woning onderhands te verkopen. In beginsel heeft u hiervoor (nog) geen advocaat nodig, al zal die u ter zake uiteraard wel kunnen adviseren over de (on)mogelijkheden.

onwelgevallige beslissing rechter-commissaris: beroep bij de rechtbank

Tegen de beslissing van de rechter-commissaris de woning te verkopen kan de saniet beroep instellen bij de rechtbank, waarbij hij of zij zich kan laten bijstaan door een advocaat. Mocht u hierover vragen hebben of advies willen inwinnen, aarzel dan niet om vrijblijvend contact op te nemen met onze specialisten.