Bij een ontslag wegens het vervallen van arbeidsplaatsen of verval van functie als gevolg van bedrijfseconomische omstandigheden, bestaat een zogenoemde herplaatsingsplicht. Binnen de organisatie dient onderzocht te worden of herplaatsing van de werknemer in een andere passende functie binnen een redelijke termijn mogelijk is (al dan niet met behulp van scholing) of in de rede ligt.

De vraag is of de herplaatsingsverplichting bij internationale concerns zover gaat dat het herplaatsingsonderzoek zich tevens op buitenlandse vestigingen dient te richten. Op 20 augustus 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam zich hierover uitgesproken.

gerechtshof: internationaal concern moet zich ook inspannen voor herplaatsing bij buitenlandse vestiging

De herplaatsingsverplichting is gebaseerd op de wet (art. 7:669 lid 1 BW) en op de Ontslagregeling.

Het gerechtshof heeft in haar uitspraak uitgemaakt dat een werkgever die onderdeel is van een internationaal concern aan de werknemer de mogelijkheid moet bieden naar een andere passende functie te zoeken bij een buitenlandse vestiging die tot hetzelfde internationale concern behoort. De werkgever moet dit onderzoek faciliteren en behoort de werknemer daarbij ondersteuning te bieden. Het gaat hierbij echter slechts om een inspanningsverplichting en niet om een resultaatsverplichting.

Een Nederlands concern had hiertoe geen inspanningen verricht onder meer omdat er geen zeggenschap bestaat over het personeelsbeleid bij buitenlandse vestigingen en voorrang bij plaatsing van een werknemer in het kader van het herplaatsingsonderzoek niet kan worden afgedwongen.

Dit argument heeft het gerechtshof gepasseerd. Het hof stelt dat de inspanning ook gericht dient te worden op herplaatsing bij andere vestigingen of groepsmaatschappijen en dat de werkgever tenminste met de werknemer de eventuele herplaatsingsmogelijkheden binnen het gehele concern had moeten bespreken. Dit dient zeker te gebeuren indien de desbetreffende werknemer wereldwijd binnen en buiten het concern werkzaamheden heeft verricht in het verleden.

Doordat in het geheel niet is gekeken naar mogelijkheden binnen het gehele concern is sprake van nalatigheid aan de zijde van werkgever. De herplaatsingsplicht is geschonden. Dit heeft ertoe geleid dat aan de werknemer ten laste van werkgever een billijke vergoeding is toegekend bij de beëindiging van het dienstverband.

conclusie

Er is een verplichting voor de Nederlandse werkgever om bij het onderzoek naar herplaatsingsmogelijkheden ook arbeidsplaatsen te betrekken in andere ondernemingen die tot het concern behoren. Van een werkgever mag worden verwacht dat eventuele herplaatsingsmogelijkheden binnen het gehele concern worden bekeken. Dat geldt ook als de kans op herplaatsing bij een tot de groep behorende onderneming gering is.