De Ambtenarenwet geeft aan dat een ambtenaar is aangesteld om in openbare dienst te werken. De rechtspositie van ambtenaren ligt vast in verscheidene rechtspositieregelingen.

Voor een ambtenaar werkzaam bij het Rijk geldt het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR). Voor gemeenteambtenaren geldt de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector Gemeenten en de daarbij behorende Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO). Laatstgenoemde regeling is ook van toepassing op medewerkers met wie de gemeente een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht aangaat. Deze medewerkers zijn formeel geen ambtenaar. Zij worden echter wel als ambtenaar beschouwd in het kader van de arbeidsvoorwaardenregeling. Dit betekent dat in geval van arbeidsrechtelijke geschillen de kantonrechter daarover oordeelt met toepassing van de CAR/UWO. Voor ambtenaren werkzaam bij de provincie geldt de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP).

De rechten en plichten van ambtenaren liggen vast in deze regelingen.

ontslag

De regelingen bevatten ook de ontslaggronden zoals:

  • ontslag op verzoek;
  • ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • ontslag wegens reorganisatie/opheffing betrekking;
  • ontslag wegens arbeidsongeschiktheid (ziekte);
  • ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid;
  • ontslag wegens FPU/flexibel vervroegd uittreden;
  • ontslag wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens bij indiensttreding.

Daarnaast komt er in deze regelingen een bepaling voor die ziet op de andere ontslaggronden, de zogenoemde restgrond. Tot slot is ontslag als disciplinaire straf mogelijk.

De regelingen sommen maatregelen op die de verschillende overheden kunnen toepassen wanneer de ambtenaar plichten verzaakt. Op grond van plichtsverzuim kunnen disciplinaire maatregelen (sancties) volgen. De sancties hangen af van de aard en ernst van het plichtsverzuim.

Tegen een ontslagbesluit dan wel een disciplinaire maatregel kan de ambtenaar bezwaar indienen. De ambtenaar kan zich daarbij laten bijstaan door een advocaat. Dit kan ook al in het gesprek dat plaatsvindt voorafgaand aan het besluit, waarin de ambtenaar wordt gehoord over zijn handelwijze. Na een voorgenomen besluit krijgt de ambtenaar namelijk de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen. Het is aan te raden dit schriftelijk te doen. De ondersteuning van een advocaat is hierbij waardevol. Nadat het besluit is genomen staan de formele wegen van bezwaar en beroep open.

Een onafhankelijke bezwaaradviescommissie behandelt het bezwaar. Is de uitkomst negatief, dan kan beroep worden ingediend bij de rechtbank. Uw advocaat kan hierbij van dienst zijn.